modelbouw en modelspoor

Toen ik een jaar of elf was kreeg ik een elektrische trein. Ik noemde dat liever een modelspoorbaan. Want zolang als ik me kan herinneren moe(s)ten miniaturen / speelgoedmodellen e.d. een realistische voorstelling van de werkelijkheid zijn. Had ik als kind al. De gestileerde autootjes van Tonka bijvoorbeeld vond ik helemaal niks. Was niet realistisch. En ik had ook een voorkeur voor modellen die ik vanuit de werkelijkheid kende. En zo ontstond later ook mijn treinenverzameling. Die bestaat dan ook vrijwel uitsluitend uit Nederlands materieel. Uitzondering is buitenlands materieel dat ooit daadwerkelijk in (Noord) Nederland gereden heeft zoals bijvoorbeeld de locomotieven BR 215 – 218. Die zag ik o.m. in Groningen.
Helaas heb ik vanaf de tijd dat ik ging studeren en zelfstandig ging wonen weinig gelegenheid meer gehad om me met de modelspoorhobby bezig te houden. Daarmee was de belangstelling voor het (model)spoor niet weg maar van actief bouwen aan een baan kwam het gewoon niet.

Maar eerst.............. Wat is er op deze pagina allemaal nog meer te zien:

Inhoud

Mijn ouderlijk huis in model

De Oosterhoff boerderij

Annie's ouderlijk huis in model

Over het ophijsen van een modelspoorbaan

De modelbaan zelf

Inleiding

De basis voor een hernieuwde kennismaking met de model(spoorweg)bouw werd gelegd in de laatste jaren voorafgaande aan mijn verhuizing in 2000 van Delfzijl naar Assen. Ik ben toen enkele jaren lid geweest van de Contactgroep NMRA (National Model Railroad Association) Regio Noord. Niet alleen raakte ik daardoor gemotiveerd om zelf (weer) te gaan bouwen, maar ik kwam ook in aanraking met materialen en bouwmethoden die ik daarvoor niet kende. (Evergreen platen en profielen, Slaters muurplaat en het "lijmen" van styreen met MEK, modulebanen, etc.) Weliswaar heb ik wat minder met Amerikaanse modelspoorwegen, maar door de zeer natuurgetrouwe wijze van bouwen, was de NMRA voor mij wel een inspirerende club. Vandaar ook de haakjes in model(spoorweg)bouw, want hoewel ik nog steeds veel met treinen en modelspoor heb, kwam ik in die tijd ook in aanraking met het bouwen van gebouwen en gebouwtjes wat je niet meer afhankelijk deed zijn van wat kant en klaar aan bouwdozen in de handel was. Een openbaring. Hieronder ook wat voorbeelden van waar dat onder meer toe geleid heeft ;-)

Uiteindelijk heeft het tot 2014 / 2015 geduurd voordat er letterlijk en figuurlijk heel langzaam weer wat ruimte kwam voor concrete gedachten aan een modelbaan. Johan Klasens, een zwager van me wilde mij wel helpen met een hijsinstallatie voor de modelspoorbaan. Nou ja helpen...? Uiteindelijk heeft hij de hele installatie ontworpen en met wat hulp van mij als aangever gemonteerd.
Maar in de aanloop daar naartoe was ik toch ook al eens wat aan het experimenteren geweest.


Eerst eens kijken bijvoorbeeld hoelang een lang stuk kon zijn. Hoelang bijvoorbeeld kon mijn station worden. Een idee overigens waar ik later weer vanaf gestapt ben, maar dat wist ik toen nog niet. Maar daarover is in het hoofdstuk over de de eigenlijke modelbaan wat meer te lezen.
Even wat materieel neergezet.

Hoe het begon

Weliswaar wilde ik in mijn Delfzijlse (NMRA) tijd eigenlijk al wel best graag eens weer aan een modelspoorbaan beginnen, maar daar waren de omstandigheden toen niet zo naar. Maar, zo dacht ik, ik kon natuurlijk natuurlijk wel alvast beginnen met "huisjes bouwen". Het station bijvoorbeeld, dat moest dan wel het station van Delfzijl worden. Ik begon met een prototype van karton om te kijken tegen welke problemen ik aan zou lopen bij het bouwen (zoals ik dat met de boerderij van Oosterhoff ook gedaan heb). Dat kartonnen model is helaas ergens op de club in Delfzijl achtergebleven, maar ik was inmiddels al begonnen met het model in Styreen, dus dat deerde me niet zo.


Nu was ik er al "even" mee bezig en ik was er voor mezelf nog niet helemaal uit welke mate van detaillering ik het station wilde geven en ik had me misschien ook een beetje verslikt in de grootte van het (tevens mijn eerste) project.

detail van de raampartij (onderdelen liggen er nog los op)

Nu weet ik dat modelbouw een kwestie van geduld is, maar ik wilde toch iets dat wat sneller resultaat gaf. Daarom besloot ik "tussendoor even" een wat kleiner project te gaan doen en kwam ik op het idee mijn ouderlijk huis eens na te gaan bouwen.

Mijn ouderlijk huis in model

Via de gemeente Delfzijl kwam ik aan een bouwtekening.


Daarop zag ik onder meer dat de woning hier en daar niet precies volgens tekening was gebouwd (en aanvankelijk zelfs voor een andere straat bedoeld was). Ik was voor een aantal details daarom aangewezen op het zelf nameten van een aantal maten. Maar omdat onze moeder er al een aantal jaren niet meer woonde, was ik aangewezen op de vriendelijkheid en de gastvrijheid van de toenmalige bewoners. Ik werd door hen allervriendelijkst ontvangen en ik mocht meten wat ik wilde. Daarvoor ben ik deze mensen nog steeds zeer erkentelijk.

Voor de daadwerkelijke bouw heb ik het huis eerst precies op H0 schaal (1:87) getekend. Dat is wel zo gemakkelijk omdat je dan tijdens de bouw niet alsnog elke maat hoeft om te rekenen. Bovendien zie je aan de (verhoudingen op de) tekening gelijk of je alles goed uitgerekend hebt.

Schaaltekening vooraanzicht

Werktekening achteraanzicht werkelijke maten


Werktekening zijkant huis


Bouwtekening garage. Zat ook bij de stukken in het gemeentearchief. Leuk!



Heel erg duidelijk zijn de (potlood)tekeningen niet, maar het gaat even om een idee te geven van de werkwijze.

Maar eerst even het huis in werkelijkheid....

De situatie zoals op de foto hieronder was zoals het huis erbij stond in 1987, het jaar waarin mijn moeder het verkocht. Ik heb de situatie nagebootst van hoe het er uit zag zo rond 1970. Toen waren daar nog geen doorvoeren van de gevelkachels en de oude (groene) garagedeuren zaten er nog in.



En dit is hem in schaal 1:87. Er is mij wel eens gevraagd of de hiernaast afgebeelde foto een montagefoto is. Nee! Dit is een toevalstreffer. Ik wilde de foto maken in echt zonlicht. Maar het was winter en daarom stond de zon zo laag dat achter ons huis alleen maar schaduw was. Ik zocht mijn toevlucht daarom tot het dak van de berging. Kijk aan, volop zon! Een (onbedoeld) effect daarvan was onder meer dat de boom (links) daardoor een stuk lager (en de kruin daarmee op een wat natuurlijker hoogte) kwam te staan. En ziedaar....

En een foto wat meer van opzij....En vader was inmiddels ook weer thuis. Hij was met uitzondering van de reeds uitwonende kinderen, de enige van het gezin die auto reed. Onze auto hier dus ook in miniatuur. Het was inderdaad deze auto in precies dezelfde kleur; onze Taunus 17 M (model "badkuip")


Soms moet je even een kunstgreep toepassen om een foto te kunnen maken. Voor deze foto moest ik daarom de garage even van zijn plek halen


Om hetgeen hierna komt letterlijk en figuurlijk even in perspectief te plaatsen even een overzichtsfoto van het totale diorama.
Mijn vader was namelijk cactusliefhebber en had daarom een kas.

Kreeg ik nog even van de gemeente mee..........



Die kas hoort dan natuurlijk ook onderdeel van het geheel uit te maken. In een vlaag van mijn toen grenzeloos perfectionisme besloot ik ook maar miniatuur cactussen en vetplanten in de kas aan te brengen.

Op de foto hier (recht) onder de kas van wat dichterbij. Het is een mooie warme voorjaarsdag. De deur en de ramen van de kas staan open. En rechts een detailfoto van binnen. Als ik er naar kijk ruik ik de lucht van vocht en humus van de kas nog steeds. De kalkzandsteen blokken die de achterwand van de kas vormden heb ik simpelweg gemaakt door lijnen in de styreenplaat te krassen en met wat grijze verf "in te wassen".


De afbouw 2019

Wat ik hierboven heb geschreven dateert uit 2012. De foto's zijn van nog iets eerder. Alleen, het huis, of eigenlijk de tuin had ik nog nooit afgemaakt. Was er gewoon niet van gekomen. Maar dat zinde mij niet. Zoiets gaat knagen. "Oh ja "huis Piet Heinstraat"......, dat moet ook nog steeds.....". Totdat je merkt dat je inmiddels ook alweer aan allerlei andere "projecten" begonnen bent. Komt niet goed zo. Dus rigoureus, andere projecten terzijde gelegd en eerst die tuin klaar..... Gelukkig is alles nu klaar. En ik heb aan wat ik eerder geschreven heb eigenlijk weinig af te dingen of toe te voegen. Daarom sluit het deel over mijn ouderlijk huis af met nog enkele foto's van hoe het er nu uitziet.


Voor 't huis met verse rozen in de voortuin:

En dit zag ik vanuit het dakraam, vanwaaruit ik wat verder weg soms de "Brakzand"en de "Johan Willem Friso" op de Werf van Niestern zag liggen. Dat waren de passagiersschepen van Wagenborg die in die tijd de veerdienst met Schiermonnikoog onderhielden.








terug naar de inhoudsopgave

De Oosterhoff boerderij

Het heeft even geduurd, maar hij ‘s klaar; de Oosterhoffboerderij, althans het gebouw want ik moet hem nog wat aankleden, maar dat doe ik later. Maar daarom staat ie ogenschijnlijk ook wat te hoog

vooraanzicht boerderij


Het is de boerderij waar onder meer mijn moeder opgroeide, waar later oom Hein en tante An woonden en mijn neefjes Harry en Evert-Jan bij wie ik in mijn kindertijd zo graag logeerde (en uiteraard neef Jan-Tiemon en nicht Marianne maar die waren wat ouder dan ik). En daarvoor moest je dan met de trein (Blauwe Engel) natuurlijk van Delfzijl naar Bedum…. Te gek!
Tegenwoordig heeft de boerderij een woonbestemming en worden we door de aldaar woonachtige neef Ronald met zijn vrouw al vele jaren gastvrij ontvangen op de in beginsel twee jaarlijks te houden Oosterhoff familiedag.



“Hoe lang doe je daar nou over?” is de vraag die ik vaak als eerste krijg. Eerlijk? Ik weet het niet. Want reken je bijvoorbeeld ook het meten mee? En het maken van de foto’s en de tekening(en)? En soms zijn er andere dingen die even belangrijker zijn. Of er is een moment dat je denkt: “kom, nou eerst eens even wat anders”….

Zo heb ik in 2019 bijvoorbeeld voor een heel groot deel van de (beschikbare) tijd gewerkt aan mijn modelspoorbaan en daarvoor aan de afwerking (tuin e.d.) van het model van mijn ouderlijk huis. Want dat huis moest na jaren te midden van een onafgemaakte tuin ook eindelijk eens klaar. En vanwege het niet doorgaan in 2019 van de (Oosterhoff) familiedag was er geen reden tot haast. Kortom, ik heb de uren niet bijgehouden.

Maar om toch iets van een antwoord te formuleren…, zo’n vier jaar terug (het is nu maart 2020) ben ik begonnen met het maken van vooral veel detailfoto’s, meten en met het maken van (schaal)tekeningen. (handig die elektronische informatie bij je foto’s.

detail hoek woonhuis kelder


Natuurlijk heb ik er veel meer, maar die zijn voor de website niet zo interessant.


En dan natuurlijk maar weer tekeningen maken
.... en voor de details de (digitale) foto's erbij gepakt.



Ik vind het prettig ook gelijk alles maar om te rekenen naar millimeters (schaal 1:87). Is dat ook maar vast gebeurd.

Omdat ik mijzelf vrijwel letterlijk de vraag stelde “waar begin je eigenlijk aan”, besloot ik eerst een prototype te maken van karton. En hetzelfde (na)jaar 2016, had ik een kartonnen prototype klaar.


Zo kon ik een beetje een beeld krijgen van de problemen die ik mogelijk tegen zou komen bij het bouwen, maar ook of wat ik gemeten en berekend had een beetje in proportie zou zijn.
En ik vond het kartonnen prototype voor wat het als modelbouwobject waard was nog best aardig gelukt. Én…. Ik had op de familiedag van mei 2017 iets om te laten zien :-)

En volgens de (data bij de) foto’s had ik voorjaar 2017 ook al het eerste mesje in het styreen gezet.

Hm? Volgens de datum bij de foto? Ja, want ik herinnerde me eigenlijk niet eens zo meer dat ik daar toen al een begin mee had gemaakt. Achteraf ook eigenlijk niet zo vreemd, want de klad was er een beetje in gekomen. En dat had een reden.....
Het kartonnen gebouwtje was klaar. Leuke reacties op gehad en ik wilde misschien nu ook wel weer gewoon wat anders? Nee dat was het niet. Eigenlijk zag ik gewoon een beetje op tegen wat ging komen. Nu het échte werk begonnen was, begon ook de detaillering een rol te spelen. Want hoe zat dit? En hoe had dat gezeten? En hoe maak je een rieten dak? Kortom, de onzekerheid begon op te spelen.





Bedoeling was om de boerderij ongeveer te maken zoals ik het gekend had uit de tijd dat ik er als kind zo graag kwam logeren. Zo rond eind jaren ’60, begin 70’er jaren dus. Zo moest ie worden. Of, nou ja, in elk geval met rieten dak en de nog niet gemoderniseerde voorgevel van de schuur.

Volgens overlevering was de relatief korte tijd dat de baanderdeuren en de garage bruin waren geweest een ideetje van tante An. Maar vanwege vele andere afbeeldingen en niet in de laatste plaats mijn eigen herinnering vond ik groen toch mooier.


Maar ik wilde eindelijk (na járen) ook écht heel graag eens met de modelspoorbaan aan de gang en het ouderlijk huis van de Piet Heinstraat in Delfzijl was ook nog steeds niet helemaal klaar.
En daarnaast zijn er ook nog de gewone, zeg maar de schaal 1:1 klusjes die je aandacht vragen.

Totdat ik najaar 2018 / winter 2019 weer wat moed kreeg en een kloek besluit nam:
Ik leg de boerderij aan de kant, ik wil mijn ouderlijk huis nu ook een keer klaar hebben en met het modelspoor aan de gang. PUNT.

Zo gezegd zo gedaan.
In de loop van het voorjaar van 2019 heb het ouderlijk huis afgemaakt en in de resterende hobby-uren ben ik met de modelspoorbaan aan het werk gegaan.


Dat heb ik gedaan totdat de eerste treinen reden. Weliswaar moet er nog heel wat gebeuren, maar er ligt een “basisbaantje” met twee klimspiralen en er rijdt in mijn huis voor het eerst sinds ik denk zo’n 45 jaar weer een modeltrein…….. Wow.


Toen kwam er ook weer wat rust in mijn hoofd. En dus, modelbaan weer opgehesen en de boerderij er weer bij gepakt. Vanaf dat moment ging het eigenlijk ook best snel......




Ging het dan zo moeizaam? Ach nee, het klinkt erger dan het was en het viel uiteindelijk ook wel mee. Maar je beschikt niet over alle informatie die je nodig hebt. Je moet overal maar wat puzzelstukjes vandaan halen. Dat maakt je onzeker en je wilt ook niet avonden voor niks zitten prutsen en je wordt voor sommige details afhankelijk van herinneringen en (soms onzekere) informatie van anderen:
- van Hans, mijn 10 jaar oudere broer die ook idem zoveel oudere herinneringen aan de boerderij heeft,
- van neef Jan-Tiemon die op de boerderij opgroeide,
- van jongere neef Ronald, de tegenwoordige bewoner, maar die de geschiedenis van de boerderij goed kent.
Aan deze drie heren ben ik daarom ook veel dank verschuldigd. Niet alleen voor hun informatie maar ook voor hun support.

Maar er was wel énige documentatie waar ik gebruik van kon maken.
Vanwege aardbevingsschade was het oude voorhuis (schaal 1:1 dus) dermate verzakt dat dat opnieuw moest worden opgetrokken. Daarom moesten tekeningen gemaakt worden (oude en nieuwe situatie). Er waren dus zowaar recente tekeningen. Maar de schuur was daarbij op zich niet zo relevant en dat bleek ook uit het nameten. De maten waren hier en daar dan ook welhaast wat schetsmatig vastgesteld. Maar ondanks dat heb ik aan die tekening zeer zeker wel wat gehad.


En verder had ik wat oude foto’s tot mijn beschikking en twee (foto’s van) schilderijen van de boerderij …..


….. en last but not least Google (afbeeldingen) om te kijken hoe sommige dingen in werkelijkheid bij soortgelijke Groningse boerderijen waren afgewerkt.


Tsja....... en dan dat dak.




Want door de tegenwoordige golfplaten zijn de details van de afwerking van het dak niet meer te zien.

Nou ja, uiteindelijk heb ik het dak met passen, meten, schatten, logisch denken, stenen tellen en lang naar oude foto’s kijken samengesteld tot wat het geworden is.
En niet dat ik ook maar een moment overwogen heb om het project terzijde te leggen maar moet gezegd, het dak was een crime. Daar ben ik ook relatief lang mee bezig geweest.



Voor het rieten dak heb ik eerst het internet eens afgestruind op ideeën. Daarbij kwam ik onder meer op de site van Huib Maaskant. Ik heb zijn idee van het begrassen met behulp van een elektrostaat geprobeerd. Dat lukte een beetje, maar mijn resultaten lieten te wensen over en het scheen mij ook heel erg arbeidsintensief toe. Maar ik sluit niet uit dat ik het misschien ook niet helemaal goed deed. Op een beurs deed iemand mij het idee aan de hand van de haren van een blokkwast. Ik moet zeggen dat die haren het als riet aan de waterkant heel goed doen, maar niet als basis voor een rieten dak. Daarvoor is het te grof.
Uiteindelijk lag de oplossing letterlijk en figuurlijk heel dicht bij huis. Ik heb gebruik gemaakt van goudgele rechte wollen mohair.

Dat wordt onder meer gebruikt voor de vervaardiging van teddyberen.
Idee kwam van Annie, mijn vrouw, die tot zij de stofportretten ontdekte, geregeld beren maakte van mohair…..
Ontzettend leuk om te ervaren hoe Annie het ook leuk vond om even mee te experimenteren met het rieten dak.
Om het wat gemakkelijker te kunnen verwerken hebben we het “geïmpregneerd” met verdunde houtlijm en een “kleurtje” gegeven (“vies gemaakt”). En met een oude tandenborstel geborsteld.

De bewerkte mohair hebben we vervolgens geplakt op (bruin!) styreenplaat. Ik wist niet eens dat er bruin styreenplaat (voor modelbouw) bestond, ik kende alleen het witte van Evergreen. Maar mijn “treinen-en modelbouwmannetje”, Derk Bruintjes van Locomotion in Gasteren had het.
Ook omdat het het einde was van een lang proces, vind ik het nu goed zo en ik vind het resultaat heel acceptabel. En om nu te zeggen dat ik er zat van was, nee! Vind ik wel erg dramatisch uitgedrukt, maar ik ben wel blij dat de boerderij nu zover klaar is…….
Maar voor die wil, het kan geen kwaad om met het mohair als rieten dak nog eens verder te experimenteren denk ik. Met nog meer verdunnen van de houtlijm was het wellicht iets zachter en daarmee mogelijk wat regelmatiger gebleven.


De afwerking van het rieten dak en vooral de nok vond ik lastig. Daarmee doel ik niet zozeer het uitvoeren als wel op het bedenken ervan. Niet alleen qua bouw, maar vooral ook omdat niemand meer wist hoe dat nu precies gezeten had. Weliswaar wist Hans nog ongeveer hoe het zat met de pannen rond het rieten dak en dat was ook nog een beetje op oude foto’s te zien, maar de nok…….?


Drentse en Twentse rieten daken hebben vaak van die hele uitgesproken, soms rood/oranje nokvorsten, maar dat hebben Groningse boerderijen niet. Althans niet zo uitgesproken. Hoe het dan wel zat? Dat heb ik met behulp van afbeeldingen op internet en uiteraard rekening houdende met wat een beetje bij de stijl van de boerderij past, zo bedacht.

Nog even voor de modelbouwer, de nokvorsten heb ik gemaakt van half rond profiel (6mm) dat ik beplakt heb met stripjes styreen van 0,25 x 05 mm en toen geverfd. In het kader van ere wie ere toekomt; een vergelijkbaar idee voor het maken van nokvorsten was ik ook tegengekomen op de site van Huib Maaskant toen ik op zoek was naar hoe je een rieten dak maakt, maar ik ben zo vrij te denken dat ik daar met betrekking tot de nokvorsten ook ongeveer zou zijn uitgekomen. Maar ik wil niet beticht worden van plagiaat ;-)

Tenslotte nog een paar detailfoto's

Omdat de Slaters muurplaten niet groot genoeg waren, moest ik er een paar centimeter bij aan plakken. Heb ik daar maar een beetje aardbevingsschade van gemaakt.


En hoe maak je een stalraam? Is een beetje mijn eer te na, maar daar heb ik een beetje mee “gesmokkeld”. Ik heb een foto die van het schuurraampje gemaakt had paar keer heel klein afgedrukt, uitgeknipt ………… en achter het transparant styreen geplakt


En nou we het toch nog even hebben over de grenzen van je mogelijkheden...... Ik heb de muurankers in de achtergevel gemaakt van heel klein afgeknipte stukjes zwart isolatieband. Maar ik dacht dat het nog echter kon. Ik heb van stukjes styreen van 0,25 x 05 mm stukjes kruislings over elkaar geplakt, zwart geverfd, afgeknipt en ......... Nee dus. Het lijmen ging niet. Daarvoor was het raakvlak met de muur te klein. Soms was het mogelijk, maar dan moest het in één keer goed, want je kunt niet schuiven. De lijm lost namelijk het materiaal ook een beetje op en als je dan nog iets moet verschuiven (en je hebt echt maar minder dan een speldenprik aan lijm nodig) wordt het een grote smeerboel. Dus gauw gestopt. Ik heb er een foto-stripverhaaltje van gemaakt.




Één die lukte heb ik laten zitten.
En nu?
Ik ben eigenlijk wel tevreden over het resultaat. En van ieder bouwwerk leer je weer wat. Ik ga nu het ouderlijk huis van Annie verder afmaken. ……



terug naar de inhoudsopgave

Annie's ouderlijk huis in model

Op het moment ben ik bezig het huis van wijlen mijn schoonouders verder af te maken. Het origineel is afgebroken in 2003. Het model daarentegen is voor een groot deel klaar. Het stond aan de Middenweg 10 in Een (Dr.) Ik moet onder meer de nokvorsten nog aanbrengen en de schoorstenen nog vastmaken en afwerken met lood. In het verleden gebruikte ik daar wel echt lood voor dat in werkelijkheid ook als loodslab had gediend (afkomstig van de sloop van de verbouwing) en wat ik dan net zo lang uitgehamerd had tot het zo dun werd dat ik het voor dit doel opnieuw, maar dan voor het model, kon gebruiken. Op een beurs gaf iemand mij de tip om het "lood" dat om de kurk van een wijnfles heen zit, te gebruiken. Slim idee! Werkt net zo goed, is minder bewerkelijk in de voorbereiding en last but not least wat veiliger.




Nu nog de schuurtjes bouwen en de tuin aanleggen. Kortom mooi diorama van maken en natuurlijk een paar mooie foto's.


terug naar de inhoudsopgave

Over het ophijsen van een modelspoorbaan (H0)

Met een kamertje van 2,7 x ruim 3 meter heb ik voor een béétje modelspoorbaan eigenlijk niet echt een riante ruimte. Een zolder heeft ons huis niet en de andere kamers zijn voor andere doeleinden in gebruik of gewoon niet groter dan de kamer die ik nu heb. Kortom hier moet ik het mee doen.
Nu zijn er over de relatie tussen een (te) kleine ruimte en een modelspoorbaan op het internet wel wat publicaties te vinden. Zo vond ik onder meer de website van Reinoud Kaasschieter met hele aardige suggestie. En daarnaast heb ik mij in modelspoorbladen of op beurzen wel vergaapt aan juweeltjes van kleinschalige modelbouw op schaal H0 op zelfs groter. Waarmee maar gezegd wil zijn dat modelspoorwegbouw niet perse afhankelijk hoeft te zijn van de beschikking over een grote ruimte. En je kunt natuurlijk een kleinere (bijvoorbeeld N)schaal overwegen. Of, wat ze vanuit de Amerikaanse modelbouwwereld wel “spaghettirailways" noemen. Ofwel hoe krijg je zoveel mogelijk meters spoor op een klein oppervlak. Maar dat is mij te propperig. Een spoorbaan moet voor mij iets weids hebben. En uiteraard de modelbouwclub, waar je de ruimte hebt om met elkaar een grote maar gemeenschappelijke baan te bouwen. Maar daarvoor ben ik teveel solist met mijn eigen specifieke ideeën. Ik wil liever een baan bij mij thuis. En daar heb ik met mijn kamertje dan nog net een beetje ruimte voor. 

Aanvankelijk dacht er even over om de treinenkamer werkplaats voor (stapelbare) modulebakken te laten zijn. Maar ik liep al gauw stuk op de vraag waar de daadwerkelijke modulaire modelbaan, althans wilde ik de baan thuis houden, dan zijn plek zou moeten krijgen.

Dus dan toch maar een vaste baan? Die zal niet groot worden want de oppervlakte van zo'n ruimte kun je natuurlijk ook al niet helemaal benutten. Een deur bijvoorbeeld is dan toch wel weer handig om er zelf nog in en uit te kunnen.... Ondanks dat besloot ik dan toch maar een bescheiden baan te gaan bouwen. Vanwege de plek dus van de deur en het raam in L vorm. En dan nóg blijft er niet veel ruimte over voor een spoorbaan. Want er is ook een tafel nodig om aan te hobbyen en een kast om je (spoorse) spullen in op te bergen.
En natuurlijk was ik blij dat ik mijn treinenbanken een plaats had kunnen geven

Kortom, dat werd kiezen tussen een gezellig spoor- en hobbykamertje of een modelspoorbaan!
Zou je zeggen..........
Want......één ding heb ik nog niet genoemd. De hoogte van de kamer. En die is met 320 cm nog alleszins behoorlijk. Ik bedacht dan ook dat het jammer zou zijn om van die ruimte geen gebruik te maken. Daarom zon ik op manieren om de baan op te klappen of zo mogelijk in zijn geheel omhoog te hijsen.

Oké, mijn gewaardeerd zwager en techneut Johan Klasens wilde zich daar wel eens in verdiepen. Hij kwam met een idee van een zestal katrollen aan het plafond waarover staaldraden lopen die op één punt bij elkaar komen en vervolgens worden aangetrokken/gevierd door een winch.
Een andere mogelijkheid dan een elektrische winch is er overigens niet omdat in de hele ruimte vanwege een deur, een raam, een kast of de plaats van de modelbaan zelf geen plaats is om een handliertje te bedienen.

En zo geschiedde. Ik heb eerst een soort van treinentafel in elkaar geknutseld van plafondschroten met daarop platen hechthout van 9 mm. Het geheel rust op een soort van bokjes die ik “omgebouwd” heb van de staanders die ik gemaakt had vanwege het aanvankelijke idee van de modulebakken. Dat betekent dat de staanders dan ook niet mee omhoog gaan, mede om het geheel zo licht mogelijk te houden. Globaal berekend komt het gewicht van het geheel uit op misschien een 60, misschien hooguit 70 kilo. Dat betekent dat er aan elke afzonderlijke katrol gemiddeld een gewicht van ruim 10 kilo hangt.

Het frame is klaar

De tafel is nu ook zover klaar, maar daadwerkelijk aan de modelbaan bouwen kan nog niet. De platen liggen er dan ook nog los op want die moeten er voor het maken van de hijsinstallatie straks weer af.



Daarop konden de daadwerkelijke werkzaamheden aan de hijsinstallatie beginnen. We begonnen met het indraaien van de zes (hijs)katrollen in het plafond boven de hoeken van de modelspoortafel. Door de aantekeningen die ik gemaakt had bij de renovatie van het kamertje wisten we waar de schroten zaten zodat de katrollen niet (alleen) in de gipsplaat geschroefd werden. Vervolgens werd in de ene muur een oog geschroefd en in de tegenoverliggende muur een balkje waarin de (trek)katrollen werden geschroefd.
Om te kijken of en hoe het zou werken hebben we eerst touwtjes door het geheel geregen. Alleen een lattenframe is immers nog niet zo zwaar. Alle touwtjes hebben we vervolgens met een "harp" samengebonden aan een soort van spanband die verbonden was met het oog aan de andere muur. Dat werkte.

We proberen het eerst met touw....

de katrollen zitten aan ogen, geschroefd op een balkje aan de muur in afwachting van de definitieve uitvoering in RVS



Maar het werkt...

het geheel met een spanband even vastgebonden aan de het oog aan de andere muur.



De volgende fase bestond uit de montage van het uiteindelijke ontwerp. Johan had daarvoor van roestvast staal een frame gelast dat tussen beide muren zou komen. Aan de ene kant van het frame was een soort van beugel waarin de winch kon worden gehangen. De andere kant van het frame loopt uit in een T-stuk waaraan de trekkatrollen zijn vast gelast. En de touwtjes werden uiteraard vervangen door staaldraad. Zie foto's

Het ter plaatse "vers"gelaste complete frame

Het frame op zijn plek


De winch aan de ene muur


Het T-stuk aan de andere muur waar alle trekkatrollen bij elkaar komen




"Maar waarom dat frame?" hoor ik een enkeling vragen. Wel, dat is om te voorkomen dat de winch aan de ene muur en de trekkatrollen aan de tegenoverliggende wand elkaar uit de muur kunnen trekken.
Nu heb ik geen echte groothoeklens wat het maken van een letterlijk "totaalplaatje" wat lastiger maakt, maar ik heb toch gepoogd tot besluit een paar foto's te maken die een indruk van het geheel moeten geven.



Met de opbouw van de baan zal het geheel wat zwaarder worden, maar dat loopt niet in de tientallen kilo's. De bedoeling is verder dat het nu nog zichtbare deel het schaduwstation wordt. Daarboven komt de eigenlijke modebaan. Met de voorbereiding daarvan heb ik een heel voorzichtig begin gemaakt. Daarover verder in het volgende hoofdstuk.

En de bagagerekken?" Die heb ik aan de onderkanten voorzien van kleine scharniertjes die net achter de rekken wegvallen zodat ze in de situatie waarin ze normaal horen te zitten niet zijn te zien. Door simpelweg de dopmoeren aan de bovenkanten eraf te draaien kunnen de rekken naar benden geklapt worden waardoor de treintafel er precies langs kan. (foto links)

En... oh ja, ik heb mijn "andere" hobbykamer ook weer terug. De bokjes van de modelspoorwegbaan, nog net zichtbaar, staan rechts in de hoek onder het raam. (foto rechts)





terug naar de inhoudsopgave

De modelbaan zelf

In de inleiding van deze pagina schreef ik over mijn verzameling Nederlands materieel. Ik vind dat dat hoort te rijden op een modelbaan naar Nederlands voorbeeld. En uiteraard als het kan enigszins natuurgetrouw. Enigszins? Ja want aan concessies ontkom je niet. Dat begint bijvoorbeeld al bij de bogen (bochten in spoorwegjargon) die op de modelbaan vele malen scherper zijn dan in werkelijkheid. En de digitalisering biedt natuurlijk heel veel mogelijkheden tot natuurgetrouw nabootsen van de werkelijkheid. Ik daar heb ik prachtige voorbeelden van gezien. Echt geweldig, zo stapvoets kunnen rijden bijvoorbeeld en maar één frontsein aan bij het rangeren etc. Maar toch ga ik zelf voorlopig mijn baan niet digitaliseren. Een deel van mijn materieelverzameling is in technisch opzicht al wat ouder. Het gaat me daardoor nogal wat geld en ook veel tijd kosten om alles wat tractie levert van decoders te voorzien (en ledlampjes die afzonderlijk kunnen branden etc). Ik wil vooral eerst eens iets hebben rijden. Wie weet wat er nog komt als er eenmaal een baantje ligt......

Maar allereerst natuurlijk, wat moe(s)t het gaan worden?

Natuurgetrouwheid dus.
Ik schreef net al iets over de sowieso veel te krappe bogen. Zelfs een boogstraal van zo'n 55 cm, voor een modelbaan al niet heel krap meer, komt in werkelijkheid niet voor. Daarom wil ik bogen van waaruit de denkbeeldige machinist als hij door zijn zijraampje kijkt, het derde rijtuig van zijn eigen trein kan zien niet op mijn baan. Althans niet in het zicht (want de trein moet op mijn baan wel rond kunnen). En ik wilde ondanks de beperkte ruimte toch een paar langere rechte stukken op mijn baan waarover ik een intercity "op snelheid" door een Hollands landschap voorbij kan zien rijden. Ik bedacht daarom dat ik op het diagonaal van één van de L-stukken een lang stuk zou kunnen aanleggen. Nou goed, de uiteinden van de L (met een flauwe boog) verbinden; dat zou binnen mijn mogelijkheden natuurlijk de ultieme lange baan zijn. Maar dat vind ik wel weer erg saai. Maar om de te scherpe bogen dus uit het zicht te houden heb ik ervoor gekozen om de baan in twee verdiepingen onder te verdelen die aan de uiteinden verbonden zijn door een klimspiraal. Vanzelfsprekend zullen de klimspiralen uiteindelijk uit het zicht verdwijnen. Over die klimspiralen straks wat meer.

En wat nog meer...?
Allereerst wilde ik een baan waarbij ik kan genieten van het zien rijden van mijn modellen. "Spelen" zoals rangeren, laden/lossen, veranderen van treinsamenstellingen etc. kan ook heel leuk zijn, maar ik moe(s)t omwille van de beschikbare ruimte vooreerst nu keuzes maken. Dat er wellicht nog wat speelsere mogelijkheden zijn sluit ik niet uit. Ik kom daar nog op terug.

Het zien rijden van treinen vraagt dus onder meer een mooi lang stuk spoor. Verder wilde ik een station, een stuk geëlektrificeerd dubbelsporig baanvak en een stuk enkelsporig niet geëlektrificeerd baanvak.

De uitwerking ervan is een beetje te zien misschien in deze schets met een station (A.), een dubbelsporige geëlektrificeerde spoorlijn (B.) en een enkelsporige niet geëlektrificeerde (diesel) lijn (C.) Daarbij zijn de ononderbroken sporen in het zicht. De stippellijnen zijn de onzichtbare delen van (en naar) het schaduwstation)
De schets laat letterlijk en figuurlijk alleen de hoofdlijnen zien.

Hoe idealen in de praktijk kunnen veranderen....
Het dubbelsporig deel zou, zo bedacht ik, uitlopen op een enkelsporig klimspiraal (naar het schaduwstation) waarbij het wissel van dubbel naar enkelspoor buiten het gezichtsveld zou komen. Toen ik met het bouwen van de klimspiraal een eindje op was hoefde ik eigenlijk niet eens (verder) te gaan experimenteren om me te realiseren dat een wissel in een klimspiraal een regelrechte uitnodiging is voor problemen. Moet je niet willen.
Met de eerste klimspiraal probeerde ik wel zo dicht mogelijk bij het idee te blijven zoals ik dat op internet was tegengekomen; met draadeinden en moeren en keurig op maat gezaagde en gelijmde plaatjes triplex etc.

.


Het moest dus weer uit elkaar. Maar ik realiseerde me ook dat als ik de voorgeschreven bouwwijze wilde volgen dat ik nieuwe gaten moest maken om de draadeinden in vast te zetten en dat ik nu dan wel deksels goed moest weten wat ik wilde. Een volgende vergissing of experiment zou weer idem zoveel gaten opleveren in mijn grondplaat, ook als alleen maar zou blijken dat het twee centimeter heen of terug dan wél goed zou zijn. Omdat het experiment nog in volle gang was, bedacht ik aanvankelijk dat ik voorlopig dan toch maar ouderwets met blokjes en stukjes board, triplex, karton (voor de hoogteverschillen) etc. aan de slag moest. Totdat ik de voordelen van de draadeinden toch ook wel weer zag..... Mijn blokjes namelijk blokkeerden ook de onderdoorgangen.

Ik heb toen besloten zelf een soort van in hoogte verstelbare staandertjes te maken.

Liggend of rechtop?


Omdat dat ook wel weer wat arbeidsintensief was heb ik andere in hoogte verstelbare staanders gemaakt o.m. om de bovenplaat op te kunnen laten steunen. Eenvoudig, relatief snel klaar in traploos verstelbaar:




Maar er was nóg een probleem (zie onderkant van de schets). Dat was niet alleen een dubbelspoor van de ene kant (op de tekening links), maar er was ook nog een compleet eigen spoorlijn (enkelsporig) van de andere kant (rechts op de schets) die ik naar het schaduwstation “weg moest werken”. Ik bedacht daarom een dubbel klimspiraal. Twee klimspiralen in elkaar.


Omdat ik dus geen wissel in mijn klimspiraal wilde besloot ik om die in zijn geheel dan maar dubbelsporig te maken. Maar hiermee zou ook een heus woud van die draadeinden ontstaan. Voor mij was dat nóg een reden om van het gebruik van de draadeinden af te zien. Ik heb er nog wel even aan gedacht die draadeinden een dubbelfunctie te geven door ze aan één kant het ene klimspiraal te laten dragen en met een moer op een andere hoogte, het andere. Maar dat werd een heel gepuzzel en opnieuw zou ik dan vooraf precies moeten weten hoe alles zou komen te zitten, anders kon ik nóg een keer opnieuw beginnen. Want …. The proof of the pudding is in the eating, ofwel, je kunt het op papier of in gedachten nog zo mooi voor elkaar hebben, als het in de praktijk niet werkt……..

Bij de klimspiraal zoals dat op de foto's is te zien (op de schets hierboven is dat de onderste boog), kon ik met betrekking tot het dubbelsporige deel eigenlijk volstaan met één grote boog. Dat kon door het spoor in de aanloop naar het klimspiraal al wat te laten dalen en in het schaduwstation ook nog een beetje te laten aflopen. Het enkelsporige deel daarentegen kreeg een extra “krul” maar daar moest ik de aanloop naar het spiraal dan juist wel hoog houden omdat ik anders met het uiteinde van de spiraal verkeerd uit zou komen. Met scenery kan ik dit klimspiraal wel wegwerken. Maar nu het klimspiraal aan de andere kant ……………


Bovenop de klimspiraal die ik eerder benoemde kan ik desnoods nog een (Limburgse) heuvel maken, maar boven deze had ik een soort van opstelterrein gepland. En daardoor kwam ik hier dus (wel) met de hoogte in de problemen. Ik kon het spoor naar de klimspiraal toe natuurlijk nog eerder naar beneden laten lopen (op de schets vanaf A in de linker richting) en net als het dubbelsporig exemplaar aan de andere kant volstaan met één boog. Was een optie maar dan hou ik helemaal geen (zichtbare) baan meer over. Maar eerlijk is eerlijk, ik had me in ruimtelijke zin ook wat rijk gerekend.

Probleem was namelijk dat de trein door de geringe daling pas een heel eind na het begin van de klimspiraal onder de plaat bleek te verdwijnen. Op de schets aangegeven met de rode pijlpunt.

Maar ook daarna hield ik nog weinig hoogte over en helemaal als ik met pantografen “op” wilde rijden. Ik heb dat opgelost door mijn (boven) plaat daar extreem dun te maken. Dus geen 9 mm hechthout maar 2 mm aluminium. Visueel heb ik het opgelost door in de hoek waar de trein naar beneden gaat een lijnwerkplaats te situeren met een opstelterrein. Door van de lijnwerkplaats de achtergevel weg te laten en de zijgevel van de overstaande zijde er ook uit te laten (dat kun je vanuit je kijkhoek immers niet zien) laat ik de trein ogenschijnlijk achter de werkplaats uit het zicht verdwijnen. Ik zal dan binnenin de werkplaats nog een wandje moeten maken waardoor het ook bij nacht het niet opvalt dat de trein eigenlijk achterin de werkplaats naar beneden rijdt.


Het probleem van de hoogte had ik overwonnen. Ik heb daar behalve de foto van de VAM-wagen aan de onderkant van de spiraal geen afbeeldingen van.


Van de testritten onder meer in verband met het kunnen passeren van lange rijtuigen en of een locomotief er nog een trein tegenop kon trekken heb ik een paar filmpjes gemaakt.
In "filmpje 1" test in de binnenbocht. Doel is 1. om te kijken of het duwen op zich goed gaat, of er geen rijtuigen uit de rails gedrukt worden. En 2. of de combinatie van helling en binnenbocht niet te zwaar is:

In filmpje 2 test is de buitenste boog. Het duwen zal wellicht wat gemakkelijker gaan. Maar gaat het duwen door de wissels ook goed?

Het is duidelijk. Het werkt. Het rijdt allemaal goed. De locomotief duwt de rijtuigen met redelijk gemak baar boven. Maar nu kijken of het passeren van andere rijtuigen ook wil. Natuurlijk had ik het bij de aanleg uitgemeten, maar nu de praktijk nog.

En de ontmoeting met de Blauwe Engel?

Natuurlijk ook eens proberen met andere treinsamenstellingen.
Het moet voorstellen een diesselloc in opzending, maar in de praktijk is het natuurlijk gewoon dubbeltractie. En het noemen van een 2200 in het filmpje was een vergissing ;-)

En hoe doet een 2400 loc het in zijn eentje voor een goederentrein?

En een 1100 met M2 rijtuigen?


Maar ik zou nog even terugkomen op het station.
Of liever gezegd.. misschien wel géén station. Want op een béétje (intercity) station moet je toch wel een trein met "enige" lengte kwijt kunnen. Kijk, een echt station op een modelbaan in H0 wil bijna niet, Ben je bijna vier meter verder en zolang is mijn kamer niet eens. Maar voor een modelbaan stel ik voor mijzelf de eis dat je toch wel zo'n zes bakken met een loc aan een perron kwijt moet kunnen. Daar mag je wel een kleine twee meter voor rekenen.
Maar een plattelandsstationnetje dan....? Dat leek mij een idee. Ik heb daarom het idee van het grote station dan ook laten varen en ik besloot dat het enkelsporige diesellijntje een plattelandsstationnetje met inhaalspoor gaat krijgen. Dat wordt …… nee dat zeg ik nog niet. Dat ga je te zijner tijd zien. Maar die komt in elk geval niet uit een bouwdoos…..

En de plek van het aanvankelijk geplande station dan? Daar komt een opstelterrein onder meer voor de lijnwerkplaats zoals ik die hiervoor noemde. Een beetje zoals de hoofdspoorlijn langs de werkplaats en het opstelterrein van Onnen loopt, maar dan "een beetje" kleiner. En het biedt nog wat bescheiden mogelijkheden om wat te spelen, zoals het halen en brengen van materieel van en naar "de tuin". En een beetje praktisch is het ook wel, want ik zal toch al mijn materieel niet kwijt kunnen in (de nog extra aan te leggen sporen van) het schaduwstation. En wat opgesteld materieel is voor het oog ook nog wel leuk natuurlijk.

Maar goed, ik ben nog lang niet klaar, dat moge duidelijk zijn. Maar tot besluit (voorlopig dan....) wil ik het filmpje tonen van de baan zoals die vooreerst in grotere lijnen gaat worden. Inhaal- en opstelsporen en extra wissels en dergelijke moeten nog worden aangelegd, maar het "rondje" is in beginsel klaar.

Dit is voorlopig het einde. Zodra ik tijd en gelegenheid heb, volgt er meer…….
maart 2020