Mijn muziekgeschiedenis

De piano heeft een behoorlijke tijd nadat ik het muziekvak voor gezien hield, voor mij de laatste jaren opnieuw een belangrijke plaats gekregen. Voor mij daarom best betekenisvol om daar een apart deel van mijn site aan de wijden. Over mijn geschiedenis als musicus, mijn opleiding aan het conservatorium en de tijd die volgde heb ik op deze pagina het een en ander geschreven.

Inhoudsopgave

-Over mijn pianostudie aan het conservatorium...
-...en over koordirectie
-De zelfstandige muziekpraktijk
-Over de tijd na het muziekvak
-Terug naar de piano
-Pianoles
-Mijn logo

Over mijn pianostudie aan het conservatorium...

Piano

In 1978 deed ik toelatingsexamen voor piano op het toen zogeheten Stedelijk Conservatorium in Groningen, waar ik aanvankelijk studeerde bij Bob Versteegh en later bij Gerben Makkes van der Deijl. Uiteraard wilde ik graag naar het conservatorium, maar ik was er ook wel eens onzeker over of dat zo'n goede keuze was. Bezat ik voor een muziekvakstudie eigenlijk wel de ideale psychische constitutie, de innerlijke rust, het nodige zelfvertrouwen? Maar ook de negatieve ontwikkelingen van de sociaal economische omstandigheden, begin tachtiger jaren (Bestek '81), waren voor een aankomend musicus zeker niet ideaal.
Maar goed, muzikaal genoeg, dat dan weer wel. Maar een muziekvakstudie vraagt méér dan dat. Dan gaat het over studeren en discipline! Het streven naar vakmanschap en een drang naar ambachtelijkheid. Als amateur, als muziekliefhebber mag je wegdromen in de muziek, maar voor de (in elk geval beginnende) vakmusicus zélf geldt die "luxe" niet. Dan haal je je voldoening uit je vorderingen, je kennis en je vakmanschap. Zo hoort het althans te gaan. Nou ja, ondanks een soms wat uitbundig studentenleven en een nog niet helemaal volgroeide vakmatige instelling (wat is het verschil? :-) ), deed ik dan toch een redelijk eindexamen. En met overigens lovende woorden over mijn pedagogische inzichten haalde ik in 1984 het diploma docerend musicus - (DM) piano. (Zie ook Pianoles) Maar spijt van de keuze voor een muziekvakopleiding heb ik nooit gehad. Integendeel, ik begin er juist de laatste jaren steeds meer plezier aan te beleven.

Terug naar de inhoudsopgave

...en over koordirectie

Naast mijn pianostudie heb ik tot zijn vertrek uit Groningen koordirectie gestudeerd bij Cees Rotteveel.

Cees Rotteveel (1938-2000)

Dat ervoer ik als een verrijking. Door mijn in die tijd nog wat krampachtige relatie met de piano, kwam door het koordirectievak de essentie van de muziek voor mij ineens veel dichterbij. Overigens is een vocale vorming überhaupt voor instrumentalisten en met name klavierspelers heel erg goed. Maar ook met betrekking tot het samengaan van tekst en muziek ging voor mij een wereld open. En last but not least, het aspect oude muziek, tot en met het Gregoriaans is natuurlijk een geweldig mooie muziekwereld waar je als pianist normaal gesproken ook niet snel in terecht komt.

Omdat ik het als een "sport" zag om als zelfstandig (en in die tijd alleenstaande) musicus geen beroep te hoeven doen op sociale voorzieningen was ik niet altijd even kritisch op het soort koren waar ik voor gevraagd werd. Als het maar betaalde nietwaar? En dat leidde een enkele keer dan ook wel tot een mismatch die dan vooral werd veroorzaakt door een te groot verschil in aspiratieniveau tussen koor en dirigent.
Toch heb ik daarvan vooral wel geleerd hoe je met relatief ongeoefende zangers (en ook wel een beetje geduld!) hele acceptabele resultaten kunt bereiken. Heel leuk ook om waar te nemen is dat wanneer je enige moed en durf weet te bewerkstelligen, mensen boven zichzelf kunt laten uitstijgen. Want dát mis ik, een enkele uitzondering daargelaten, soms wel bij wat dan moet doorgaan voor het betere (vaak klassiek gerichte / amateur / kamer)koor. De (muzikale) zeggingskracht! De samenklanken zijn meestal wel zuiver, ritmiek en uitspraak redelijk in orde, maar het blijft vaak bij noten. En dat zit hem dan doorgaans niet in de koristische ambachtelijkheid van de koorleider, maar veeleer in het gebrek aan lef om de de diepere, kwetsbare lagen bij je zelf en het koor aan te boren. Want muziek maken en zeker zingen is een intiem, kwetsbaar proces. En hoe tegenstrijdig dat ook lijkt, het lef (de kracht die je moet kunnen opbrengen) om kwetsbaar te durven zijn is een teken van goed leiderschap. En wat daar wel of niet van overblijft hoor je (in deze context) onmiddellijk in het koor terug.

In het omgaan met die processen komen de overeenkomsten in mij tussen pianist en de koordirigent samen; de docerend musicus. Hoe breng je de zeggingskracht over. Hoe inspireer je. Welke verbeeldingskrachten werken daarvoor en welke niet, etc. Processen die spannend blijven zolang je het leuk vindt jezelf daarover te blijven bevragen en open blijft staan voor antwoorden. Zeker ook met betrekking tot je eigen studeerprocessen. Want met onvoldoende zelfreflectie krijg je ook geen goede kijk op de studeerprocessen van een ander, ongeacht of dat leerlingen zijn of leden van een koor.
Terug naar de inhoudsopgave

De zelfstandige muziekpraktijk

Tot 1997 heb ik een zelfstandige muziekpraktijk gevoerd. Zo had ik onder meer een eigen pianolespraktijk, leidde diverse koren, was een aantal jaren huispianist van Hotel Landgoed Ekenstein nabij Appingedam en zette wat voorzichtige schreden op het pad van de lichte muziek (jazz). Omdat ik me in het muziekvak (lees: het zelfstandig ondernemerschap in de muziek) als geheel niet meer happy voelde, besloot ik in 1996 te stoppen met de muziek als beroepsuitoefening en ben me gaan omscholen middels een deeltijdstudie Sociaal Juridische Dienstverlening aan de Hanzehogeschool. Het besluit te stoppen met de muziek als beroep ervoer ik niet alleen als een bevrijding, maar, naar later bleek, in muzikale zin ook als een hele louterende beslissing.
Terug naar de inhoudsopgave

Over de tijd na het muziekvak

In muzikaal opzicht ben ik in de eerste jaren die volgden op mijn besluit met het muziekvak te stoppen aanvankelijk niet veel verder gekomen dan mijn vleugel (mijn trouwe "Schimmel") eens te laten reviseren.

Gelukkig kon dat nog steeds bij dezelfde zaak waar ik het instrument indertijd gekocht heb, H.P. Steenhuis, in Glimmen, maar die toen nog de zaak in de Oude Boteringstraat in Groningen had. Ik vond daarvan nog een oude foto (hier rechts) die ik hier nog graag even wil laten zien.

Pas na een aantal jaren begon ik voorzichtig aan weer wat piano te studeren. Vanaf omstreeks 2004 heb ik een stukje van het koorvak weer opgepakt in de vorm van een cantorschap in de Adventskerk (PKN) in Assen.

Adventskerk Assen

Enkele jaren geleden alweer heb ik daar uiteindelijk toch ook een punt achter gezet. Nu zou ik een enkele kanttekening kunnen plaatsen bij de wijze waarop aan het cantoraat toen ter tijd invulling werd gegeven, maar dat gaf voor mij niet de doorslag om daarmee te stoppen. Ik had immers ook kunnen besluiten om er voor 100% voor te gáán en juist een grotere verdieping na te streven. Maar met ook nog een "gewone" baan en mijn herontdekking van de piano, besloot ik daarmee het koorleven vaarwel te zeggen.

Terug naar de inhoudsopgave

Weer terug bij de piano

Ik ervaar dat de cirkel zich in muzikaal opzicht gedurende de laatste jaren voor mij is gaan sluiten. Na ruim 35 jaar ben ik bij het punt waar ik natuurlijk liever al in mijn conservatoriumtijd had willen zijn. Met duidelijk een groter persoonlijk evenwicht dan toen begint nu ook het piano studeren ineens beter te lukken. Durf het bijna niet te zeggen, maar beter zelfs dan in mijn conservatoriumtijd! Ik leer de juiste concentratie op te brengen, geduld te oefenen, de rust te bewaren tijdens het studeren. Ofwel, ik heb in de loop van de jaren geleerd met MUZIEK bezig te zijn in plaats van met mijzelf! Mijn gevoel van eigenwaarde is niet meer afhankelijk van wat ik zelf of wat anderen van mijn spel vinden. En daarmee komt de weg vrij naar Beethoven, naar Schubert, Chopin, Bach, you name it, naar de verwondering, naar hoe mooi pianoklanken eigenlijk zijn. En wat de ontwikkeling van mijn pianistische vaardigheden betreft ben ik er 100% van overtuigd geraakt dat techniek voor 80% psychologie is. En dat bedoel ik onder meer met wat ik hierboven schreef over het louterende van het stoppen met de muziek als beroepsuitoefening. Ik haal (nu pas!?) echt veel voldoening en inspiratie uit het studeren en de resultaten daarvan.

Zoals gezegd, een "paar jaar" eerder zouden me deze inzichten en ervaringen zeker nog welgevalliger zijn geweest, maar ik vind het mooi zo. En ik geniet er van! Maar ik heb mijn handen er ook al wel vol aan, tenminste als ik het studieritme van de laatste tijd een beetje wil vasthouden. Daarom ook even geen koren meer, of orgelspelen (heb ik ook nog een poosje op amateurniveau gedaan). Maar gewoon lekker piano studeren en genieten!

En het pianovak bleek gewoon ook te leuk om er naar buiten toe helemaal niets meer mee te doen. Zo herinneren mijn buurtgenoten zich het huisconcert (in de vorm van een koffieconcert op een zondagmorgen) dat ik gaf als buurtactiviteit in januari 2012. Een klassiek programma met onder meer werken van Scarlatti, Bach, Beethoven, Schubert en Chopin. Ach ja, en je bent pianoleraar of niet, daarom dacht ik dat het misschien aardig was om het programma van een mondelinge toelichting te voorzien (bijvoorbeeld de overeenkomst tussen M.C. Escher en Bach en wat het verschil is tussen de oude sonate (Scarlatti) en de latere sonate als hoofdvorm (Beethoven) en waar de polonaise van Chopin verschilt van het "het paard in de gang" van André van Duin, etc. etc,). Het was een geslaagd experiment dat naar twee kanten toe zijn uitwerking had. Aan de ene kant de buurtgenoten die het prachtig vonden (onlangs hoorde ik nog: "wanneer ga je nou weer eens zoiets doen"). En ook wist ik vooraf niet dat men die toelichting ook zo zou waarderen, maar dat terzijde. En aan de andere kant de training voor mijzelf om mentaal en fysiek met de spanning van het uitvoerende aspect van het pianospelen te leren omgaan. En die smaak heb ik te pakken gekregen. Man, wat zou ik graag wat meer tijd willen hebben om te studeren. Nou wordt het pas leuk! Maar goed, ik weid weer eens uit.

Nu zeg ik niet vaak dat ik ergens trots op ben (vind ook wel een bééétje zelfingenomen), maar op mijn logo (zie hierboven) ben ik dat wel. Met een achtergrond van 0,0 op het gebied van beeldende kunst of grafische vormgeving doet het logo het na twintig jaar nog steeds goed vind ik. Voor de uitleg is beetje kennis van de muziek vereist, maar ik zal het zo simpel mogelijk houden.
Allereerst zocht ik naar een mogelijkheid de initialen van mijn naam te gebruiken. Die vond ik in de Duitse benaming van onze toon b. In het Duits heet die toon h. De oorsprong van die h ligt in het Gregoriaans en zou later in de muziekgeschiedenis de basis zijn van het herstellingsteken, zoals dat hieronder staat afgebeeld.

Vervolgens heb ik daar twee h's bij wijze van spreken uit los geknipt en daarna weer in elkaar geschoven. Omdat het tot op dat moment voor de (muzikale) leek wel een heel abstract element ging worden heb ik er twee noten ingetekend als waren het achtste noten in een stemkruising.
Tenslotte ervoer ik het als een uitdaging het logo ogenschijnlijk eenvoudig te houden, zoals bijvoorbeeld het NS logo, maar aan de andere kant ook weer moeilijk te reproduceren terwijl je het denkt te kennen. Maar dat is ook een beetje als ironie: "kijk mij eens een knap logo kunnen ontwerpen" bedoeld.
Terug naar de inhoudsopgave